Goud

Twee dagen al was ik niet fit. Snot overal, vooral waar het niet moet zitten en water uit mijn neus. Zielig als een broos vogeltje zat ik op de bank met een stapel tempo-zakdoekjes met chemische eucalyptusbalsem om zodoende de schraalheid van mijn neus te verzachten. Stomen, tot hoofdpijns toe.
Ok, no more.

En zo kom ik bij oma terecht. Mijn lieve, oude omaatje. Verkleinwoord want men krimpt nu eenmaal met het toenemen van de leeftijd en mijn omaatje is toch alweer 90 jaar oud. Niet dat ik alleen om haar leeftijd, of omdat ik me ziek waande bij haar was.
Ook omdat ik van haar houd, heel veel. Zij is zo slim, lief, eigenwijs, zelfstandig en heeft geweldige humor. Dat ze niet meer zo goed hoort moge duidelijk zijn. En ook ziet ze nog maar wat tientallen procenten. Smaken herkent ze niet meer en haar reuk is bijna weg, wat erg gevaarlijk is (iets met een gasstel aan laten staan).
Maar alsof ze daar zelf niet vreselijk van baalt. Dus blijft ze zelfstandig wonen, en zelf de afvalbak in de stromende regen naar buiten rollen, want “dat is toch geen werk voor jou!”. Nee, “voor jou wel dan oma?” denk ik hardop. Maar daar reageert ze niet op. Of dat komt door haar gehoorbeperking of haar eigenwijsheid weet ik even niet.

Het is een geweldig mens. Zij heeft echt geleefd en van alles meegemaakt. Dat doet iedereen, maar een oorlog overleven, je man overleven, 3 kinderen krijgen maar er voor 5 zorgen en nog vele verhalen die ik weet, dat is niet niets. Een werkende vrouw die dit doorgaf aan mijn moeder en nu ook aan mij. Ik kijk met veel waardering naar haar en geniet van elk moment dat ik bij haar ben. Samen televisie kijken en samen frietjes eten.

En daar maar snel een foto van maken; ze kijkt me raar aan. Maar ik doe het bewust, en niet alleen omdat het moment zo grappig is. Maar omdat ik me besef dat dit moment goud is. En dat dat moment, wat ik dan vastleg, wel eens heel kostbaar gaat worden. Want oma is 90 jaar en hoe fit ze nu ook is, ik ga haar overleven. En daar moet ik niet aan denken. Maar het gebeurt wel. Hopelijk niet binnenkort. Zij geeft me positieve energie en maakt me blij. Dus zoek ik haar regelmatig op, wanneer ik kan. Niet om haar leeftijd, maar gewoon om haar, en de momenten die we samen hebben; goud.

Februari

Jij zei mij dat jij & ik nooit meer.. beter van niet, en dit keer echt niet. Dat zei je terwijl ik daar stond op de trap, de afdruk van je hand nog op mijn bil en je smaak nog in mijn mond. Tot ziens, lachte ik gemeen. Want ik voelde niet hetzelfde als jij. Dus gemeen.
Jij kijkt me aan en schudt je hoofd; dit kan echt niet. Te ver zijn we gegaan, ons verlangen gevolgd en daarmee weer die lijn overschreden.

Ik daag je uit vanaf de trap. Denk dat jij &ik, wel weer. Maar jij lijkt volhardend en dit keer echt. Dus lach ik zelfverzekerd maar smelt van binnen, de macht die ik leek te hebben, verdwijnt langzaam. De deur slaat dicht en ik ben alleen want jij bent bezet, en niet door mij.

Weken gaat het goed, totdat het kriebelt in mijn onderbuik en denk aan die momenten samen, met jou. Beloofd om het hierbij te laten, je berichten te negeren, ga ik erop in. Gelukkig niet meer in de buurt, ook niet bij die stad in het Zuiden. En dus lijkt het goed te gaan, maar nee joh – wie houd ik voor de gek? Jij weet dat het gaat gebeuren. Er is zelfs een datum. Februari.

De spanning stijgt, februari is al bijna. De lat ligt hoog; iets met verdwalen en niet anders kunnen dan toegeven omdat jij me zo liet voelen, met van die sokken tot halverwege mijn bovenbenen en en en…

Maar nee! Wat nu… als ik die sokken niet meer heb, en het jurkje niet meer pas?

Een zusje van de melkboer

Het zal je vast niet verbazen dat ook ik menig uur heb doorgebracht bij de therapeut in de stoel. Eerlijk gezegd, heb er meerdere versleten. Daarin besprak ik mijn diepste geheimen, angsten en voelde me vaak niet gehoord en niet begrepen, zoals het een echte puber betaamt. Maar de laatste begreep me wel en ondanks dat ik daar zat voor mijn mislukte relatie en dus eigenwaarde -20; zij zag in dat de wortels van mijn sombere gedachten ergens anders lagen. U raadt al; mijn jeugd.
Clichés zijn er niet voor niets en kloppen dus ook. Ieder zijn eigen verhaal en ik dus ook. Ik vertelde, en praatte meer, en zo lag ineens mijn heel levensverhaal op tafel.

Zo bleek ik al jarenlang moeder te zijn. Van haar, mijn eigen moeder. Als oudste dochter vroeg op mezelf heb ik proberen te zorgen voor mijn moeder. Haar behoeden voor haar (mogelijk wel verkeerde) keuzes. Dat heeft ondenkbaar veel problemen veroorzaakt tussen moeder en kind, hoe deze rollen dan ook verdeeld waren. En mogelijk juist wel tot meer verkeerde keuzes geleid. Maar zo moeder, zo dochter en juist omdat deze zo hetzelfde zijn, dreef dit de band alleen maar uit elkaar. Terwijl alles uit liefde.

En nu is het dan zover gekomen dat het kleine zusje zegt dat ik moet stoppen met moeder zijn. Alsof ik iets van dat kind, wat helemaal niet op mij en/of papa lijkt en dus van de melkboer is, zo zeggen we dan, zal aannemen. Alsof zij weet waarover ze praat, zij was uk toen misschien wel de belangrijkste dingen gebeurden in mijn leven. Alleen van horen zeggen en dat is niet fair.

Maar toch, dit kleine grote zusje heeft gelijk. Ik woon alweer bijna 8 jaar op mezelf en heb er genoeg aan om voor mezelf te zorgen. Een studie waar ik de discipline niet voor heb, inspiratie die ik niet benut en zoveel acties die ik nog wil ondernemen. Maar nee, in plaats daarvan ga ik voor anderen zorgen die het misschien wel nodig hebben maar waar je de situaties toch niet kan veranderen. Het kost me mijn familiebanden en daarnaast veel tijd en negatieve energie.

Dat kleine grote zusje he, is toch zo gek nog niet. Van de melkboer? Nee, dat kan alleen maar familie van zijn.

Toen ik je had

Ooit was jij gek op mij, van mij. Bezeten haast en ik begreep niet waarom. Jij vond mij enorm bijzonder, keek me in mijn ogen en ik zag je waardering, bewondering en glinstering in je ogen. Ik keek uiteraard terug, me in de hemel wanend dat iemand op die manier naar mij kon kijken. Ik keek terug met lust en verlangen, want jij bent mooi. Je gezicht is eng symmetrisch en de kleur van je ogen is bijzonder bij die karamelkleurige huid en je krullende haar. Groot, mannelijk, nonchalant en stoer. En gek op mij.

Niet te begrijpen hoe dat is gekomen. En eigenlijk ook niet hoe dat weer is gegaan. Want het gevoel was er en met dezelfde snelheid en impulsiviteit dat het ontstond, was het ook weer gevlogen. Mijn schuld, want ik begreep het niet. Niet hoe wij samen iets unieks waren, of fijn en mooi. Dus verwaarlozing kwam als gevolg en hoe hard jij ook probeerde, ik liet je niet toe.

Dus je verhuisde, en ik mistte je. Maar dat gemis is bij mij gekomen en ook gebleven. Jij woont daar en komt af en toe hier. Ook al weet ik dat jij en ik een illusie is, toch waan ik me er af en toe in. Om die waardering en glinstering te zien in je ogen. Dan zie ik je & word ik dronken en vertel ik je wat ik van je vind. Bijzonder en mooi. Ik zet me voor schut, maar wat doet dat er toe, want jij ziet me niet meer staan en lacht maar wat. Ach, ik geef je groot gelijk.

Nu lijk je interessanter, want onbereikbaar. Je flirt met elke mooie vrouw om je heen en je weet stiekem, ergens, wel dat me dat iets doet. Maar ook ik weet dat als je ook maar enkele interesse in me toont, echte – zoals toen, ik je weer wegduw en bovenstaand verhaal een slechte herhaling wordt. Dus kijk me maar aan, zo af & toe en raak me aan. Dan maak jij mijn dag.

Maar jij bent, toen ik je had, ja interessanter dan toen ik je had.

More to life, en (niet) met beiden benen op de grond

Er verdwijnen veel woorden die ik had willen schrijven, maar toch de plek niet hebben gekregen. Het is zaterdag, de eerste echte van dit jaar. Uit het raam zie ik mensen lopen, kopen. Niks is new, alles blijft bij hetzelfde.
Behalve dan dat ik een nieuwe baan heb. Bijna 2 maanden geleden ging ik naar Cuba; een welverdiende vakantie na te hard werken bij mijn vorige uitdaging. Dat bleek al snel, misschien wel vanaf het begin, geen uitdaging. Maar wel beloofd en ik ben trouw, no quitter en daarom hield ik vol. Nu terug van Cuba, een maand aan het werk voel ik (misschien) hetzelfde.
Ik ben en word niet geinspireerd en voel dat er meer is voor mij. Ik voel me te slim, te creatief om te doen wat ik nu doen. Ik wil zoveel, maar weet niet hoe en dat maakt me radeloos.
Lezen is wat ik de afgelopen 3 uur heb gedaan. Over mensen die gelukkig zijn, mooie dingen maken en dat goed kunnen beschrijven. Ik voel weemoed en jaloezie. Dat wil ik ook!
Samen met vrienden heb ik het over dit dilemma en samen zoeken we naar een oplossing. Niet alleen voor mij, want ik ben niet de enige. En alleen ben ik ook maar zo bescheiden en onzeker. Zonde.
Misschien ben ik niet eerlijk, en ben ik veel te veeleisend, maar toch kan ik het gevoel niet onderdrukken dat er meer voor mij moet zijn, more to life. Dus blijf ik maar zoeken naar het juiste plaatje. En joh, ik ben pas zo jong. Maar ook nu wil ik mijn licht schijnen om meerwaarde te hebben voor “dingen” die er toe doen. Kunst, muziek, theater, geschrift en reizen. En blijven studeren.
Maar ook daar loop ik tegen telkens hetzelfde dilemma aan. Ongenoegen en daarom maak ik dingen niet af. Het is het net niet, en daarom maar uitstel en het bekende afstel.
Ik ben kritisch en weet wat ik wil. Maar het lijkt niet bereikbaar. Ik blijf ervoor knokken, totdat ik het vind; de meerwaarde die mij gelukkig maakt.

Tot die tijd blijf ik zwijmelen in deze donkere periode. De mensen blijven lopen op straat en ik zit hier binnen met de kerstboom die ik maar de deur niet uit krijg. De kaarsjes branden en mijn thee wordt koud. De was is klaar en studie roept om aandacht. Maar ik heb genoeg aan mezelf deze middag. Ik ben melancholisch en dat voelt niet eens zo verkeerd. Wat een mooie dag.

Zucht.

Copyright 2007 WordPress Themes